Geschiedenis

De Hare-Krishnagemeenschap is een richting binnen het Vaisnavisme, wat een hoofdstroming is binnen het Hindoeïsme. De geschriften van het Hindoeïsme zijn de Veda’s, die duizenden jaren oud zijn. Het Hindoeïsme is de oudste levende religieuze traditie ter wereld. Hieruit vloeit voort dat de Hare-Krishnagemeenschap geen nieuwe religieuze beweging is, ook al is men in het westen niet talrijk.

De Veda’ s hebben tot op heden de cultuur, religie en filosofie van India bepaald. Ook buiten India, met name in het westen, hebben de Veda’s hun invloed doen gelden. Veel geleerden achten het zeer waarschijnlijk dat zowel de Griekse wijsgeren als de eerste christenen beïnvloed zijn door het vedische denken. Door de veldtochten van Alexander de Grote waren de Grieken in contact gekomen met de Indiase beschaving. Veel van het gedachtegoed van de Griekse wijsgeren toont opvallend veel overeenkomsten met concepten uit de vedische filosofie. Maar ook in de belangrijkste stromingen binnen het christendom vindt men gelijkenissen met vedische ideeën en rituelen terug, o.a. in de erediensten en het bidden op een bidsnoer.

Hetzelfde geldt voor diverse esoterische bewegingen, die in de 18e en 19e eeuw in het westen zijn ontstaan. Ook zij hebben duidelijk banden met de vedische literatuur als bron van kennis. Zelfs recente ontwikkelingen in de westerse wetenschap, bijvoorbeeld op het gebied van de parapsychologie, zijn helemaal niet zo nieuw als we ze bezien in het licht van de Veda’s. Deze kennis werd reeds duizenden jaren geleden in India onderricht. Tegenwoordig zijn begrippen als reïncarnatie, yoga, meditatie, astrologie, karma enz. voor velen vertrouwd geworden. Boeken over deze onderwerpen vullen de etalages van boekhandels en verkopen goed. Weinigen beseffen echter dat deze begrippen hun oorsprong vinden in de vedische literatuur. De belangrijkste bijdrage van de Veda’s is, dat ze de mens een dieper inzicht verschaffen in zijn eigen wezen, zijn bestemming, zijn plaats in de kosmos, en zijn relatie met God. Daarmee beantwoordt zij alle fundamentele vragen die de mensheid zich sinds onheuglijke tijden heeft gesteld. Juist in deze tijd, waarin materialisme en vervreemding alsmaar toenemen, is werkelijk inzicht in het leven van essentieel belang.

De Perzen die in de Middeleeuwen India binnenvielen, waren de eersten die het woord Hindoeïsme lanceerden als benaming voor de bewoners aan de overzijde van de Indus-rivier. Het is dus oorspronkelijk niet een religieuze maar een geografische benaming. Zij staat ook nergens in de Veda’s vermeld. In de loop der eeuwen werd de term ‘Hindoeïsme’ de benaming voor de veelheid van religieuze ideeën die leven op het Indiase subcontinent.

De veelomvattende natuur van het Hindoeïsme lijkt dikwijls verwarrend voor de westerse mens, maar ondanks de uiterlijke verscheidenheid worden de meeste vedische begrippen, zoals reïncarnatie, karma, vegetarisme en geweldloosheid, door alle Hindoes aanvaard.

Omvang en inhoud van de Veda’s

Oorspronkelijk werd de vedische kennis mondeling over-gedragen, later werd ze door de wijze Srila Vyāsadeva in het Sanskriet op schrift gesteld.

Voorbeeld van een Sanskriettekst (Brahma-samhitā, vers 33).

Hij kon voorzien dat deze kennis anders niet behouden zou blijven. De oorzaak hiervan is de degradatie van de menselijke vermogens (met name het geheugen) in Kali-yuga. Hij ontving deze kennis via overlevering en verdeelde het aanvankelijk over vier boekwerken: de Rigveda, Yajur-veda, Atharva-veda en Sāma-veda. Hij is ook de samensteller van de Upanisads, de Vedanta-sutra en de 18 Purāna’s. Srila Vyāsadeva schreef het Mahābhārata en de Srimad Bhāgavata Purāna. De vedische geschriften vormen een zeer uitgebreide bibliotheek. Zo omvatten alleen al de 18 Purāna’s honderdduizenden verzen en het Mahābhārata telt 110.000 verzen. In de Veda’s staat dat deze kennis door God aan de mens is geschonken als handleiding voor deze wereld. Ze bevatten praktische, universele kennis over alle aspecten van het bestaan. Het boek dat het bekendst is in het westen, is de Bhagavad-Gitā, waarin Sri Krishna (God) het ABC van het geestelijk leven uiteenzet. Al 5000 jaar vormt dit boek een uitdaging voor het bevattingsvermogen van grote denkers en heeft het mensen uit alle geledingen van de samenleving geïnspireerd tot het streven naar geestelijke volmaaktheid. Het Srimad-Bhāgavatam (ook wel Bhāgavata Purāna genoemd) wordt beschouwd als de vervolgstudie op de Bhagavad-Gitā. Hierin worden onder andere geschiedkundige gebeurtenissen beschreven die betrekking hebben op de relatie tussen de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods en Zijn toegewijden. Enkele andere geschriften zijn de Ayur-veda, over de vedische geneeskunde, de Gandharva-veda, over muziek en kunst en de Artha-veda, over economische wetenschappen. Daarnaast zijn er boeken met gezangen en rituelen voor de verering van God en Zijn vertegenwoordigers.

Overdracht van de vedische kennis

Via een opeenvolging van leraren en leerlingen wordt de vedische kennis overgedragen. De Veda’s erkennen vier geautoriseerde opeenvolgingen (sampradāya’s) namelijk: de Rudra-, Brahmā- Sri Laksmi-, en Kumāra-sampradāya’s, die allen hun oorsprong in God vinden. In deze tradities (scholen) wordt de kennis overgedragen door bonafide geestelijke leraren (ācārya’s). Ze zijn levende voorbeelden van de vedische levenswijze, want ze leiden een leven gericht op zuivere dienstbaarheid aan God. Erkende leraren zoals Rāmānujācārya (1017-1137), Madhvācārya (1239-1319), Sri Caitanya Mahāprabhu (1486-1534) en meer recent Srila Bhaktivinode Thākura (1838-1914), Srila Bhaktisiddhānta Sarasvati Goswāmi (1874-1937) en A.C. Bhaktivedanta Swāmi Prabhupāda (1896-1977) hebben speciaal bijgedragen tot de authentieke overdracht van de vedische kennis tot op de dag van vandaag.

Madhvācārya

Srila Prabhupāda, de stichter van de Hare-Krishnagemeenschap, is een schakel in deze lijn van leraren. Die lijn gaat terug tot Heer Brahmā, die de vedische kennis direct van God heeft ontvangen. De discipelen van Srila Prabhupāda zetten deze traditie voort. De academische benaming van deze school luidt: Brahmā Madhva Gaudiya Vaisnava sampradāya.

Geestelijke erfopvolging

De vedische renaissance

Aan het einde van de 15e eeuw verscheen in West-Bengalen (India) Sri Caitanya Mahāprabhu. In verschillende vedische geschriften wordt Hij vermeld als zijnde een directe incarnatie van Sri Krishna. Een reden van Zijn verschijning was om een renaissance te ontketenen in de devotionele traditie. Hij introduceerde de sankirtana-beweging, een geestelijke organisatie die zich al snel over heel India verspreidde en miljoenen volgelingen telde.
Heer Caitanya benadrukte het proces van sankirtana – het gezamenlijk verheerlijken van Gods heilige namen – als de essentie van alle vedische wijsheid. In de Veda’s staat dat in het huidige tijdperk — het Kali-yuga of ijzeren tijdperk — het beste proces voor zelfrealisatie het gezamenlijk zingen van de heilige namen van God is. Sri Caitanya reisde door heel India en overal waar Hij kwam, hield Hij uitbundige processies waar vooral de Hare-Krishnamantra ten gehore werd gebracht, begeleid door trommels en cimbalen:

Hare Krishna, Hare Krishna, Krishna Krishna, Hare Hare Hare Rāma, Hare Rāma, Rāma Rāma, Hare Hare

In die tijd werden niet-Hindoes en leden van de lagere kasten in India vaak gediscrimineerd: ze werden uitgesloten van religieuze activiteiten. Sri Caitanya echter propageerde het proces van zelfrealisatie dat door iedereen kon worden beoefend, ongeacht kaste en afkomst. Het is op deze devotionele traditie dat de Hare-Krishnagemeenschap voortgaat.

Beknopte vaisnava-cultuurgeschiedenis

In de vedische geschriften staat dat de vaisnava-cultuur zo oud is als de mensheid zelf. De vaisnava-geleerden onderrichten dat India 5000 jaar geleden Bhārata Varsa werd genoemd. Het bestreek toen een veel groter gebied: vrijwel de gehele wereld. Het boek Mahābhārata (groot-India) vertelt over deze historische tijd. In de Srimad Bhāgavata Purāna staan de laatste wereldvorsten van die tijd beschreven.

In 1924 werden in India bij opgravingen overblijfselen gevonden van de Mohenjo-Daro-beschaving. Verscheidene steden met boven elkaar gelegen lagen huizen van meer dan vijf verdiepingen, warenhuizen en brede straten werden er blootgelegd. Experts hebben vastgesteld dat de vondsten dateren van tussen 3000 en 4000 voor onze jaartelling. De huishoudelijke voorwerpen, het versierde vaatwerk, de wapens en decoraties doen in kunstvaardigheid niet onder voor die van Egypte en Babylonië en het latere Europa. Overblijfselen van de vedische cultuur, zoals eeuwenoude Vishnu-tempels, zijn behalve in India ook te vinden in Pakistan, Bangladesh, Myanmar, Indonesië, Cambodja en Vietnam.

Moderne vedische kunst

De vedische geschriften van India, die Srila Prabhupāda in het westen heeft bekend gemaakt, zijn voor hedendaagse kunstenaars een nieuwe inspiratiebron geworden. Werken van toegewijden worden gebruikt als illustraties voor boeken en als tempeldecoratie. Enkele van deze schilderijen zijn te bezichtigen in de tempel Radhadesh in de Belgische Ardennen. Een overzicht van deze schilderkunst, die de laatste dertig jaar tot stand is gekomen, is te vinden in het boek Krishna Art. Het bevat 200 reproducties, elk met toelichting.

Dans en muziek

De klassieke Indiase dans, Bhārat nātyam, wordt nu ook beoefend door sommige westerse toegewijden, evenals de klassieke Indiase muziek. Tijdens de diensten in de Hare-Krishnatempels worden elke dag liederen gezongen met begeleiding van traditionele muziekinstrumenten, cimbalen (karatels) en drums (mridanga’s). Hierbij wordt gedanst, onder andere de ‘Swāmi (Prabhupāda) step’. Verschillende muziekgroepen zijn geïnspireerd door de vedische wijsheid die ze verwerken in hun muziekteksten. Jeugdige toegewijden, onder andere de groep Youth of Today en de wereldwijd bekende groep Shelter uit Amerika, hebben zo bijgedragen aan de ontwikkeling van een nieuwe muziek- en levensstijl Straight-edge genaamd. Verschillende van hen streven principes na zoals o.a. vegetariër zijn, geen tabak, alcohol noch drugsgebruik en ze beperken zich op seksueel gebied. Met hun muziek en voorbeeld adviseren ze jongeren om een zuivere levensstijl te volgen.

Theater en festivals

Samen met de filosofie en allerlei andere aspecten van de vaisnavacultuur heeft Srila Prabhupāda ook het toneel en de traditionele festivals wereldwijd geintroduceerd. Regelmatig worden de verhalen van het Srimad-Bhāgavatam, het Mahābhārata en de Rāmāyana vertolkt in kleurrijke toneelstukken. Naast het traditionele toneel worden er moderne stukken opgevoerd die de kennis overdragen.

Net als in elke andere cultuur zijn er jaarlijks terugkerende feestdagen. Ze worden uitgebreid gevierd met zang en dans, feestmaaltijden en kleurrijke processies waarin soms mooi versierde olifanten meewandelen. Op sommige feestdagen wordt tot 12 uur gevast en op de drie belangrijkste tot in de avond. De belangrijkste feestdagen voor de vaisnava’s zijn:

Janmāstami – de verschijningsdag van Sri Krishna;
Rādhāstami – de verschijningsdag van Srimati Rādhārāni;
Rāmanāvami – de verschijningsdag van Sri Rāma;
Gaurapurnima – de verschijningsdag van Sri Caitanya Mahāprabhu;
Govardhana-pujā en Gopujā – de verering van de Govardhana-heuvel en van de koeien.

Verder is er het Ratha-Yātrāfestival – de verering van Sri Jagannātha, Sri Baladeva en Srimati Subhadrā. In India komen er jaarlijks miljoenen pelgrims naar de stad Jagannātha Puri om het Ratha-Yātrāfeest mee te vieren. Dit is een eeuwenoud festival ter verering van Krishna als Heer Jagannātha (Heer van het universum). Dit feest duurt enkele dagen. Hierbij worden door duizenden mensen drie huizenhoge praalwagens in processie aan touwen door de straten voortgetrokken. Het geheel wordt opgeluisterd met dans en muziek, terwijl aan de voorbijgangers gezegend voedsel (prasādam) wordt uitgedeeld. De tempel daar (een van de oudste hindoetempels ter wereld) heeft negen keukens, die beroemd zijn om hun heerlijke prasādam-maaltijden. Sinds mensenheugenis zijn religieuze processies in India een traditie. Vroeger was het ook zo in het westen, maar helaas zijn de stoeten tegenwoordig bijna allemaal protestmarsen of carnavalsoptochten.

Kumbha Melā, ’s werelds grootste religieuze festival

Om de twaalf jaar vindt in India de Kumbha Melā plaats. Elke keer komen er vanuit heel India miljoenen pelgrims samen, sommigen na maandenlange voettochten. Om aan deze gebeurtenis deel te nemen dalen yogi ’s helemaal uit de Himalaya af.

Er komen ook altijd heel wat westerse toegewijden op af. De laatste grote Melā (mahā-Melā) werd door 40 miljoen mensen bezocht. Om de paar jaar vinden er ook kleinere Melā’s plaats, die eveneens miljoenen bezoekers trekken. Het tijdstip van de Melā ’s wordt bepaald door de stand van de sterren en planeten. Bij de stad Allahabad nemen de pelgrims dan op speciale dagen een bad op de plaats van de samenloop van drie heilige rivieren: de Ganges, de Yamunā en de Sarasvatā. In de Veda’s staat geschreven dat op het juiste tijdstip baden in deze heilige rivieren leidt tot bevrijding uit de kringloop van geboorte en dood. Ook op andere tijden is het baden in heilige rivieren zuiverend voor lichaam en geest en bevrijdt het ons van reacties op negatieve activiteiten.

Andere belangrijke festivals zijn onder andere Divāli, het lichtfeest, en Holi het feest dat de lente inluidt. Iedereen die zich op die dag buiten durft te begeven loopt kans met kleurrijke poederverf bespoten te worden.

 

View My Stats